Twitter

Verrijking
Voor kinderen die meer uitdaging nodig hebben dan het gewone programma, is op de Willem de Zwijger de nodige aandacht. Uitdagende materialen, leren leren en coaching van het proces staat bij deze kinderen centraal. 


Hoe wordt een hoogbegaafde leerling gesignaleerd?
Op de Willem de Zwijger is een protocol begaafdheid aanwezig op grond waarvan een keuze wordt gemaakt met betrekking tot het verrijkingsaanbod.
 
Aangepast aanbod op Willem de Zwijger
Voor de hoogbegaafde en bovengemiddeld begaafde leerlingen, die herhaaldelijk hoge I/I+ scores behalen bij de CITO toetsen en een score van meer dan 90% goed behalen bij de methoden gebonden toetsen bieden wij een aangepast aanbod.
Deze leerlingen beheersen de aangeboden stof en hebben verrijking/verdieping nodig om zich op hun eigen niveau te kunnen blijven ontwikkelen.
Voorwaarde is wel, dat een leerling op alle vakgebieden een gemiddelde tot zeer goed score behaalt. Als er een beneden gemiddelde score te zien is bij een basisvak zoals rekenen, technisch lezen, spelling of taal dan gaat daar eerst de aandacht naar toe.
 
Procedure en voorwaarden

Observatie
De leerkracht observeert de leerlingen in de groep, gekeken wordt naar: de informatie van de ouders, de uitslag van methoden gebonden en CITO toetsen en de informatie, die de leerling zelf geeft of toont. Als een leerling structureel resultaten behaalt, zoals in de inleiding is beschreven, kunnen we aannemen, dat de leerling de aangeboden leerstof beheerst. Herhaling en extra inoefenen is bij deze leerling niet altijd nodig.
In overleg met het zorgteam kan besloten worden om kinderen voorafgaand aan een nieuw blok te toetsen en niet achteraf. Bij een score van 9 of hoger wordt besloten om het blok te laten overslaan. Het onderdeel waar het kind op uitvalt (een foutje maakt) wordt alleen aangeboden, zodat er veel tijd overblijft voor extra verrijking.


Inbreng zorgteam
De leerkracht brengt de leerling in bij het zorgteam ( directeur en IB’er). In overleg met het zorgteam wordt door de leerkracht een plan m.b.t. verrijking gemaakt, waarin de verwachtingen worden geschetst. De leerkracht zorgt in overleg met de IB ‘er voor de materialen, begeleiding, evaluatie en beschrijft dit in het groepsplan.
 
Differentiatie binnen de verschillende basisvakken
Taal
Bij de door ons gebruikte taalmethode Taal Actief volgen de leerlingen de reguliere lessen. Na de methoden gebonden toets worden twee leer/oefenlijnen aangeboden, remediëring en verrijking. De verrijking bestaat uit het werken met het Plusboek. Het plusboek is een extra taalboek voor taalbegaafde kinderen. Deze kinderen hebben behoefte aan taalonderwijs op een hoger niveau. Het plusboek sluit aan bij de thema’s van Taal actief, maar bevat 96 extra woorden per leerjaar en uitdagende opdrachten die verder gaan dan de verrijkingsstof in het basismateriaal van de methode. De kinderen gaan aan de slag met het plusboek tijdens het onderdeel zelfstandig werken van de lessen taal verkennen. 
In de midden – en bovenbouw kan door de leerkracht o.a. via de sites http://www.acadin.nl en http://www.webkwestie.nl worden gezocht naar passend verrijkend lesmateriaal. De leerling wordt hierin begeleid door de leerkracht. Daarnaast kan er via de site SLO Leermiddelenplein extra materiaal worden besteld, mits het budget dit toelaat.

Technisch lezen
We maken gebruik van de methode Estafette. Deze methode heeft drie verschillende instructieniveaus. Ieder kind leest in boeken van het eigen niveau, hetgeen wordt vastgesteld aan de hand van de AVI en DMT toetsen, aangevuld door de toetsen van Estafette. De leerling, die ver boven het niveau leest, kan boeken kiezen naar eigen voorkeur en niveau uit de schoolbibliotheek.

Rekenen
De leerlingen met een hoge I/I+ score bij de CITO toetsen en een score van meer dan 90% goed behaald bij de methoden gebonden toetsen, die daarnaast ook een voldoende zelfstandige werkhouding hebben volgen de lessen volgens de methode compacten van SLO. De leerstof wordt ingekort/gecompact.
De leerlingen doen in de les mee tijdens de instructie van nieuwe rekenstrategieën, maar maken minder oefenstof, omdat dit al wordt beheerst of sneller beheerst zal worden. De tijd, die hierdoor overblijft wordt gebruikt voor het werken met de daarvoor ontwikkelde pluswerkboeken van de methode Wereld in Getallen, de 3-stertaak van de weektaak en is er voor de leerlingen de beschikking over Kien (groep 3,4,5) en Rekentijgers (groep 7,8).

Overige vakgebieden
Behalve verrijking/verdieping zoals hierboven is beschreven, kan de leerkracht er – in samenspraak met de leerling – voor kiezen om juist met onderwerpen van de zaakvakken aan de slag te gaan (bv met behulp van de bakkaarten, website www.willenwete.nl ), de leerling een presentatie te laten maken, een vreemde taal te leren en op die manier vooral juist aan te sluiten bij de persoonlijke interesses van de leerling ( creativiteit, samenwerken, technisch lego etc) en diens leerstijlen. Er is een klein assortiment van verschillende materialen aanwezig.
Voor de leerling moet duidelijk zijn wanneer hij waaraan kan/mag werken en wanneer hij op hulp van de leerkracht kan rekenen.
Aandachtspunt voor de leerkracht is in het gehele groepsproces de leerling goed te blijven volgen en observeren, met de leerling te praten over de plannen van de leerling, ondersteunende vragen te stellen en de leerling te voorzien van feedback op het proces en het product.

Groep 1-2
Bij kleuters spreken we formeel nog niet over hoogbegaafdheid maar wordt de term ontwikkelingsvoorsprong gehanteerd. Dat betekent niet dat kleuters niet hoogbegaafd zouden kunnen zijn. Het voorzichtige gebruik van de term ontwikkelingsvoorsprong doen we alleen omdat juist in de kleuterperiode de voorspellende waarde van intelligentieonderzoek beperkt is (Drent & van Gerven, 2004; Peters, 2007). Wel kunnen we door een goede observatie en door goed te luisteren naar ouders met een redelijke mate van betrouwbaarheid vaststellen of er bij een kind sprake is van een ontwikkelingsvoorsprong én of er daarnaast voldoende kenmerken van hoogbegaafdheid waarneembaar zijn, die aannemelijk maken dat dit kind al op jonge leeftijd behoefte heeft aan een ander onderwijsaanbod.
 
De planning van de lesstof en onderwerpen geschiedt hoofdzakelijk aan de hand van 6 tot 8 verschillende thema’s uit de methode Schatkist, naast de thema’s van de jaarlijks terugkerende feesten. Er wordt gewerkt en gespeeld in verschillende uitdagende speel/werk/ontdekhoeken waar de thema’s zich gedurende het schooljaar afwisselen.
De ontwikkelingsmaterialen zijn weergegeven in verschillende werkboeken ( groep 1 werkboek 1 en 2, groep 2 werkboek 3,4,5,6). Deze opdrachten kunnen de leerlingen in hun eigen tempo doorlopen. De leerkracht observeert en houdt de vorderingen van de leerling bij.  Als er m.b.t. een bepaald ontwikkelingsgebied extra werk nodig is, past de leerkracht daar de opdrachten op aan en stelt evt een nieuw werkboek voor de leerling samen.
Ook de leerlingen, die extra verrijking nodig hebben en zich in een ander tempo ontwikkelen dan de gemiddelde leerling verdienen onze aandacht. De leerkrachten verdiepen zich in de mogelijkheden en interesses van de leerlingen en gaan op zoek naar passend materiaal/ passende opdrachten. Ook in groep 1-2 wordt het met ouders en het zorgteam besproken.

Kenmerken van (hoog)begaafde leerlingen

1. Hoge intelligentie (Hoog)begaafde leerlingen beschikken over hoge intellectuele capaciteiten. Een hoge score op een intelligentietest (IQ > 130) of hoge prestaties op andere test is hiervan een indicatie.
2. Vroege ontwikkeling (Hoog)begaafde leerlingen zijn geestelijk vroegrijp en worden gekenmerkt door een ontwikkelingsvoorsprong. Zij kunnen meestal op vroege leeftijd al lezen, praten, schrijven en hebben een vroege ontwikkeling van getalbegrip. Hierdoor kunnen zij zich gemakkelijk leerstof uit hogere leerjaren eigen maken. Ook stellen zij op jonge leeftijd al levensbeschouwelijke vragen en denken zij al vroeg na over de zin van het leven.
3. Uitblinken op één of meerdere gebieden Een bijzondere begaafdheid kan tot uitdrukking komen in motorische, sociale, artistieke en intellectuele vaardigheden. Vaak treden deze begaafdheidsvormen gecombineerd op en blinken (hoog)begaafde leerlingen uit in meerdere gebieden, zoals in bijvoorbeeld taal en wiskunde.
(Hoog)begaafde leerlingen hebben op taalgebied een grote woordenschat en vertonen een zeer goed en adequaat woordgebruik.
4. Gemakkelijk kunnen leren (Hoog)begaafde leerlingen hebben over het algemeen een zeer goed geheugen en kunnen hierdoor goed informatie onthouden en verwerken. Zij begrijpen nieuwe leerstof dan ook aanzienlijk sneller dan gemiddelde leerlingen en zijn daardoor sneller klaar met opdrachten en huiswerk. Hierdoor hebben zij vaak een leertempo dat beduidend hoger is dan het tempo van de gemiddelde leerling.
5. Goed leggen van (causale) verbanden (Hoog)begaafde leerlingen kunnen gemakkelijk (causale) verbanden leggen en hebben hierover een goed overzicht.
6. Het makkelijk kunnen analyseren van problemen (Hoog)begaafde leerlingen zijn snelle probleem-analyseerders. Zij kunnen snel vaststellen wat de aard van een probleem is. Daarnaast zijn (hoog)begaafde leerlingen vaak vindingrijk in het ontwikkelen van eigen oplossingsmethoden. Dit kan soms problemen opleveren als zij zich een verkeerde oplossingsmethode hebben aangeleerd, omdat zij deze methode moeilijk weer los kunnen laten.
7. Het maken van grote denksprongen Een (hoog)begaafde leerling maakt grotere leerstappen en heeft daarom minder tijd nodig.
8. Voorkeur voor abstractie (Hoog)begaafde leerlingen kunnen goed abstract denken. Zij generaliseren gemakkelijker dan hun andere klasgenoten en hebben een goed overzicht van de kennisgehelen. Zij hebben geen behoefte aan concretisering van de lesstof door het gebruik van voorbeelden.
9. Hoge mate van zelfstandigheid (Hoog)begaafde leerlingen willen liever niet geholpen worden en geven de voorkeur aan zelfstandig werken. Bij het werken in groepsverband vertoont de (hoog)begaafde leerling veel initiatief en neemt hij/zij vaak de leiding. Bovendien wil de leerling dingen graag op zijn/haar eigen wijze doen, zoals het zelf bedenken van een methode voor het uitrekenen van sommen.
10 Brede of juist specifieke interesse / hoge motivatie /
veel energie
Het is belangrijk dat het onderwerp van de opdracht de leerling interesseert. Bij (hoog)begaafde leerlingen is namelijk het kunnen een voorwaarde, maar het willen van even groot belang. Als het onderwerp aansluit bij de interesse van de leerling, dan is motivatie verzekerd. Er is aangetoond dat talent pas doorzet als de leerlingen plezier beleven aan de (leer)activiteiten. Een kenmerk van (hoog)begaafde leerlingen is dat zij zeer leergierig zijn. Als een onderwerp de leerling interesseert dan pluist hij het onderwerp vaak tot op de bodem uit. Maar het tegenovergestelde geldt ook: als een (hoog)begaafde leerling geen interesse heeft voor een bepaald onderwerp, dan kan hij moeilijk de motivatie opbrengen om zich erin te verdiepen.
11 Creatief/origineel In de opdrachten laten (hoog)begaafde leerlingen vaak zien dat zij originele en creatieve ideeën en/of oplossingen hebben. Zij maken onverwachte zijsprongen en hebben grote verbeeldingskracht.
12 Perfectionistisch (Hoog)begaafde leerlingen zijn perfectionistisch aangelegd. Zij houden niet van half werk.
13 Apart gevoel voor humor (Hoog)begaafde leerlingen bezitten over het algemeen een apart gevoel voor humor.
14 Hoge mate van concentratie (Hoog)begaafde leerlingen kennen een hoge mate van concentratie en hebben daarbij een langere aandachtsspanne dan de gemiddelde leerling.

Kenmerken van (hoog)begaafde onderpresteerders
 
1. Grote en uitzonderlijke kennis Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen hebben vaak kennis die nog niet in de groep is behandeld en een grote algemene ontwikkeling.
2. Grote interesse Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen hebben op veel gebieden belangstelling en ze houden ervan om dingen te onderzoeken, bijvoorbeeld door in hun vrije tijd veel te lezen of op een andere manier informatie te verzamelen. Als een onderwerp (dat vaak wat moeilijker is) hun interesse heeft, begrijpen en onthouden ze veel.
3. Wisselend schoolwerk (bekijken in relatie tot
kenmerk 7)
Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen laten vaak wisselend schoolwerk zien: afnemende prestaties (zie kenmerk 7) maar bij ingewikkelde vragen juist wel het goede antwoord weten, mondeling beter presteren dan schriftelijk en beter uit de verf komen bij individueel onderwijs op maat dan bij het regulier groepsonderwijs.
4. Positief thuiswerk Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen werken thuis vaak verder aan zelfgekozen schoolprojecten en ontwikkelen thuis op eigen initiatief allerlei activiteiten.
5. Grote verbeelding Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen hebben vaak een levendige, grote verbeelding en zijn creatief.
6. Hoge mate van sensitiviteit Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen geven vaak blijk van een enorme sensitiviteit: ten opzichte van zichzelf, maar ook van anderen.
7. Afnemende schoolprestaties (bekijken in relatie tot kenmerk 3) Opvallend is dat de schoolprestaties van onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen afnemen; ze presteren (vooral in schriftelijk werk) beneden niveau, in elk geval beneden hun eigen niveau, maar soms zelf ook beneden groepsniveau. Vaak schrijven ze slordig, houden ze niet van instampen en inprenten, missen ze leerinhouden en instructiemomenten en zijn ze slechts selectief enthousiast: wel voor nieuwe onderwerpen, niet voor uitwerkingen.
8. Negatief gedrag In de klas vertonen onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen vaak negatief gedrag; ze zijn lastig en onaangepast, vragen steeds om aandacht, vervelen zich, dromen weg en wijzen pogingen van de leraar om zich aan de groepsnormen te conformeren, af.
 
9. Haperende sociaal-emotionele ontwikkeling Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen zijn vaak ontevreden over zichzelf en de verrichte werkzaamheden, vermijden nieuwe activiteiten uit angst voor mislukking, hebben minderwaardigheidsgevoelens, zijn wantrouwend of onverschillig en doen niet graag mee aan groepsactiviteiten, zijn minder populair bij leeftijdsgenootjes en zoeken vriendjes onder gelijkgestemden.
10. Geringe taakgerichtheid Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen zijn vaak weinig taakgericht. Ze hebben een laag werktempo, hebben hun huiswerk vaak niet af, stellen zichzelf onrealistische doelen, zijn snel afgeleid, vergeetachtig en/of impulsief, hebben geen duidelijk leertraject voor ogen, hebben een korte spanningsboog, voelen zich hulpeloos, willen niet geholpen worden en willen zelfstandig zijn.
11. Negatieve houding Onderpresterende (hoog)begaafde leerlingen hebben vaak een wisselende motivatie, hebben een hekel aan routine, verzetten zich tegen autoriteit, nemen geen verantwoordelijkheid voor hun eigen daden en staan onverschillig of afwijzend tegenover de school.

 
 
LM/29062016, geactualiseerd

18september2018
Van 1 tot 5 oktober is het de week van de opvoeding....
In deze Willem Spreekt onder andere - belangrijke punten...
Brede School Moerdijk